ORANJESTAD – Een voorgestelde Nederlandse wet die studenten recht geeft op een vergoeding voor verplichte stages zal niet gelden voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten. De regeling is uitsluitend bedoeld voor Europees Nederland en de Caribische openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (BES-eilanden).
Met het wetsvoorstel wil de Nederlandse regering studenten in het middelbaar beroepsonderwijs (MBO), het hoger beroepsonderwijs (HBO) en het wetenschappelijk onderwijs (WO) een wettelijk recht geven op een stagevergoeding wanneer de stage onderdeel uitmaakt van hun opleiding.
Er komt daarbij geen landelijke minimumvergoeding. De hoogte van de stagevergoeding zal worden vastgesteld via afspraken binnen afzonderlijke sectoren of bedrijven.
Omdat de Nederlandse onderwijswetgeving niet van toepassing is op de autonome landen binnen het Koninkrijk, heeft de voorgestelde regeling geen rechtsgevolgen voor Aruba. Ook Nederlandse studenten die hun stage op Aruba volgen, kunnen geen beroep doen op het voorgestelde wettelijke recht op een stagevergoeding.
Op Aruba blijven stagevergoedingen afhankelijk van afspraken tussen stagiairs en stagebedrijven. Of dergelijke afspraken juridisch afdwingbaar zijn, hangt af van het recht dat op de stageovereenkomst van toepassing is.
Het wetsvoorstel zal naar verwachting volgend jaar eerst ter openbare consultatie worden voorgelegd, waarna het verder wordt behandeld binnen het Nederlandse wetgevingsproces.