ORANJESTAD – Parlementariër Edgard Vrolijk stelt vragen bij de verklaringen rond de reis van minister Gerlien Croes met een privéjet naar Curaçao in november 2025 en stelt dat het parlement volledige transparantie mag eisen omdat het volgens hem om een officiële dienstreis ging.
Vrolijk verwijst naar een e-mail van 19 november 2025 van de Chief of Staff van het ministerie, waarin volgens hem wordt bevestigd dat de officiële reis van de minister naar Curaçao met één dag werd vervroegd. De reis stond oorspronkelijk gepland van 20 tot en met 22 november, maar Croes vertrok op 19 november.
Volgens Vrolijk is dat relevant omdat daarmee duidelijk zou zijn dat het niet uitsluitend om een privéreis ging, maar om een officiële dienstreis. Hij stelt dat de publieke verklaringen over de financiering van de vlucht in de loop van de tijd zijn veranderd: van een “lift” tot het volledig zelf betalen van de vlucht, het delen van kosten en, meer recent, het betalen van een landing fee van minder dan Afl. 1.000.
Vrolijk benadrukt dat een landing fee niet gelijkstaat aan de totale kosten van een privéjet en vraagt wie kosten zoals brandstof, bemanning, handling en overige operationele uitgaven heeft betaald.
Daarnaast verwijst hij naar artikel III.17 van de Staatsregeling van Aruba, dat parlementariërs het recht geeft ministers vragen te stellen. Volgens Vrolijk gaat het daarom niet om inmenging in het privéleven van de minister, maar om parlementaire controle op een officiële reis die door het ministerie zelf is bevestigd.
Vrolijk verwijst ook naar een advies van de Bezwaaradviescommissie LAR, die volgens hem het bezwaar van MEP gegrond verklaarde en oordeelde dat de minister de gevraagde informatie moet verstrekken.
De parlementariër formuleert vijf kernvragen: wie de vlucht organiseerde, wat de totale kosten waren, hoeveel de minister persoonlijk betaalde, aan wie dat bedrag werd betaald en wie de overige kosten voor zijn rekening nam.
Volgens Vrolijk kan een duidelijk en gedocumenteerd antwoord de discussie snel beëindigen. Zijn centrale vraag blijft of de minister bereid is die duidelijkheid te geven.