Door Tito Laclé
Waar je tegenwoordig ook komt op Aruba, één probleem springt steeds meer in het oog: zwerfafval. Of het papiaments woordje :sushi. Niet de Japanse delicatesse sushi, nee. Laat ik liever het nieuwe woord gebruiken dat de overheid eraan heeft gegeven:Desperdicio, oftewel: afval. Langs de wegen, op parkeerterreinen, op het strand, in de mondi en zelfs in woonwijken is zwerfafval een vast onderdeel van het straatbeeld geworden.
Al jarenlang voeren de overheid, DOW en verschillende organisaties schoonmaakcampagnes, plaatsen zij afvalbakken op allerlei locaties en roepen zij de bevolking op Aruba schoon te houden. Toch verandert er weinig. Dat roept een logische vraag op: waarom is een eiland als Singapore – ongeveer vier keer zo groot als Aruba – erin geslaagd uit te groeien tot een van de schoonste en meest gedisciplineerde plekken ter wereld, terwijl Aruba met hetzelfde probleem blijft worstelen?
Het antwoord is niet dat Singapore meer afvalbakken heeft of meer campagnes organiseert. Het succes schuilt in een combinatie van wetten die elke dag consequent worden gehandhaafd, een overheid die geen uitzonderingen maakt en een bevolking die weet dat de regels voor iedereen gelden.
In Singapore weet iemand die afval op straat gooit dat de kans groot is dat hij een flinke boete krijgt. En nog belangrijker: die boete wordt ook daadwerkelijk geïnd. Er bestaat geen "laat maar", geen "ik ken iemand" en geen "voor deze ene keer". Regels zijn regels.
Op Aruba is de werkelijkheid vaak anders. Er bestaan wel wetten om het milieu te beschermen en het eiland schoon te houden, maar die worden niet altijd consequent gehandhaafd. Wanneer mensen zien dat anderen zonder gevolgen afval op straat gooien, ontstaat al snel het idee dat daar blijkbaar niets mis mee is. Langzaam maar zeker wordt slecht gedrag als "normaal" beschouwd.
Onderwijs speelt daarbij eveneens een belangrijke rol. Kijk opnieuw naar Singapore. Daar begint discipline thuis en op school. Kinderen leren al op jonge leeftijd dat zij persoonlijk verantwoordelijk zijn voor de omgeving waarin zij leven. Maar die lessen blijven niet beperkt tot woorden. Ze worden ondersteund door duidelijke regels, consequente handhaving en echte gevolgen wanneer iemand zich daar niet aan houdt.
Ook op Aruba leren scholen kinderen dat zij geen afval mogen achterlaten. Maar wanneer een kind na school volwassenen flessen, plastic zakken of verpakkingen op straat ziet gooien zonder dat daar iets tegenover staat, verliest die boodschap al snel haar kracht.
Er is nog een belangrijk verschil. In Singapore accepteren mensen niet zomaar dat iemand de openbare ruimte vervuilt of beschadigt. De sociale druk is groot. Op Aruba kiezen veel mensen er juist voor om de andere kant op te kijken en een confrontatie te vermijden. Daardoor blijft ongewenst gedrag vaak bestaan zonder dat iemand ingrijpt.
Dat betekent niet dat Aruba Singapore in alles moet kopiëren. Beide landen verschillen op cultureel, politiek en juridisch vlak. Maar er zijn wel belangrijke lessen te trekken. Regels moeten duidelijk zijn, voor iedereen hetzelfde gelden en vooral iedere dag opnieuw worden gehandhaafd.
Ook technologie kan daarbij helpen. Meer cameratoezicht, meer inspecteurs en een effectief systeem om overtredingen op te sporen kunnen de kans vergroten dat mensen die de regels overtreden ook daadwerkelijk verantwoordelijk worden gehouden. Wanneer mensen weten dat zij een reële kans lopen om ter verantwoording te worden geroepen, verandert gedrag vaak vanzelf.
Uiteindelijk ligt de oplossing echter niet alleen bij de overheid. Een schoon eiland ontstaat niet door een ministerie, een directeur of een jaarlijkse schoonmaakactie. Het ontstaat door inwoners die trots zijn op het eiland waarop zij wonen. Als wij zelf geen respect tonen voor onze eigen leefomgeving, zal geen enkele wet het probleem volledig kunnen oplossen.
Aruba kan uitgroeien tot een veel schoner en gedisciplineerder eiland. Het ontbreekt ons niet aan mogelijkheden, maar aan vastberadenheid. Zolang wij blijven vasthouden aan de mentaliteit van "laat maar" en niet accepteren dat regels voor iedereen gelden, zullen wij zwerfafval op straat blijven zien en ons blijven afvragen waarom andere landen het wel voor elkaar krijgen en wij niet.
Werkelijke verandering begint niet in het parlement. Die begint bij ieder van ons.
C'est la vie!