ORANJESTAD - In een opiniestuk pleit Helena Croes voor meer publieke erkenning van de inheemse Caquetío-erfenis van Aruba, onder meer door het plaatsen van een prominent monument.
Croes verwijst naar verschillende historische kroniekschrijvers die de Caquetío’s in opvallend positieve bewoordingen beschreven, met nadruk op hun uiterlijk, lichaamsbouw en karakter. Zij noemt onder anderen dominee Bosch, Galeotto Cei en Juan de Castellanos.
Castellanos beschreef de inheemse bevolking van Aruba en Curaçao als lange, goedgebouwde en aantrekkelijke mensen en verwees naar de eilanden als “eilanden van reuzen”. Hij vermeldde bovendien dat hun taal Caquetío was.
Volgens Croes is het opvallend dat deze inheemse geschiedenis vandaag nauwelijks zichtbaar is in de openbare ruimte van Aruba. De Centrale Bank van Aruba behoort volgens haar tot de weinige instellingen die met een Caquetío-standbeeld aandacht hebben besteed aan deze erfenis.
Croes stelt daarom de vraag wat er onderweg is gebeurd met Aruba’s inheemse identiteit en vindt dat de regering een prominent Caquetío-monument zou moeten plaatsen, bijvoorbeeld bij Spaans Lagoen, Santa Cruz, Savaneta, Noord of Pos Chiquito.