Door Tito Laclé
Regelmatig ontstaat in het publieke debat discussie over de rol van de Gouverneur wanneer zich conflicten of meningsverschillen voordoen binnen de Staten van Aruba. Sommigen vinden dat de Gouverneur moet ingrijpen, bijvoorbeeld wanneer er onenigheid bestaat over de uitleg of toepassing van het Reglement van Orde. Anderen stellen juist dat de Gouverneur helemaal geen rol heeft binnen het functioneren van de Staten, zelfs niet wanneer het constitutionele bestel onder druk lijkt te staan.
Deze week deed zich opnieuw zo'n situatie voor. Een oppositieparlementariër vroeg de Gouverneur om in te grijpen omdat de voorzitter van de Staten volgens hem had nagelaten een aangevraagde vergadering bijeen te roepen. Om zijn standpunt kracht bij te zetten, gebruikte hij zelfs een standaardantwoord van het Kabinet van de Gouverneur alsof daarmee zou zijn bewezen dat hij de discussie had "gewonnen". De voorzitter van de Staten reageerde vervolgens publiekelijk met de stelling dat "niemand macht heeft over de Staten".
In werkelijkheid doet geen van beide standpunten volledig recht aan onze constitutionele orde. Laat ik dat toelichten — of beter gezegd: rechtzetten.
EEN PARLEMENT DAT ZIJN EIGEN HUISHOUDING REGELT
Voor wie het niet weet: de Staten van Aruba zijn een onafhankelijk staatsorgaan. Binnen de grenzen van de Grondwet en de wet regelen de Staten hun eigen werkzaamheden. Het Reglement van Orde vormt daarvoor een belangrijk instrument.
De voorzitter ziet toe op de naleving van dat reglement, terwijl uiteindelijk de Staten zelf bepalen hoe de regels worden uitgelegd en toegepast. De Gouverneur heeft hierin geen bevoegdheid. Hij kan de voorzitter geen instructies geven, besluiten van de Staten niet vernietigen of wijzigen en evenmin parlementaire procedures corrigeren.
Een verzoek aan de Gouverneur om in dergelijke kwesties in te grijpen, heeft daarom geen constitutionele grondslag. Evenmin mag de Gouverneur zich uitspreken over politieke meningsverschillen of over de wijze waarop het Reglement van Orde wordt geïnterpreteerd. Dat vloeit rechtstreeks voort uit het beginsel van de scheiding der machten. Alleen een onafhankelijk parlement kan zijn controlerende taak naar behoren uitoefenen.
Maar daarmee eindigt de rol van de Gouverneur niet.
Dat de Gouverneur zich niet mengt in politieke procedures betekent namelijk niet dat hij geen verantwoordelijkheid draagt wanneer de democratische rechtsstaat onder druk komt te staan.
Dat komt doordat de Gouverneur een unieke constitutionele positie inneemt. Enerzijds is hij een Arubaanse staatsinstelling; anderzijds vertegenwoordigt hij ook het Koninkrijk der Nederlanden.
Op grond van artikel 21 van de Staatsregeling van Aruba ziet de Gouverneur als vertegenwoordiger van het Koninkrijk erop toe dat de Grondwet, het Statuut voor het Koninkrijk en de fundamentele beginselen van de democratische rechtsstaat worden gerespecteerd. Die verantwoordelijkheid heeft geen betrekking op politieke keuzes, maar op het goed functioneren van het constitutionele bestel als geheel.
WANNEER HEEFT DE GOUVERNEUR WÉL EEN ROL?
Het wezenlijke onderscheid ligt tussen politieke conflicten en constitutionele vraagstukken.
Discussies over agenda's, spreektijden, stemprocedures of de uitleg van het Reglement van Orde zijn in beginsel interne aangelegenheden van de Staten. Daarbij heeft de Gouverneur geen rol.
Dat verandert echter wanneer een kwestie niet langer uitsluitend politiek of procedureel is, maar raakt aan de fundamenten van de constitutionele rechtsorde.
Bijvoorbeeld wanneer:
het functioneren van een constitutioneel orgaan structureel wordt geblokkeerd;
fundamentele bepalingen van de Grondwet niet meer worden nageleefd;
constitutionele bevoegdheden van andere staatsorganen worden miskend; of
de continuïteit van het constitutionele bestel ernstig wordt bedreigd.
In zulke uitzonderlijke omstandigheden mag van de Gouverneur worden verwacht dat hij zorgvuldig beoordeelt welke rol de Grondwet en het Statuut hem toekennen.
Dat betekent niet automatisch dat hij publiekelijk optreedt of rechtstreeks ingrijpt. Integendeel. Vaak zal zijn optreden bestaan uit vertrouwelijk overleg, advisering of — indien strikt noodzakelijk — communicatie met de Rijksregering, bijvoorbeeld in het traject dat uiteindelijk zou kunnen leiden tot een aanwijzing op grond van het Statuut. De Gouverneur vervult daarin een belangrijke signalerende rol.
Zijn taak is dus niet politieke conflicten op te lossen, maar het constitutionele bestel te bewaken.
VOORZICHTIGHEID IS GEEN PASSIVITEIT
Juist omdat de Gouverneur boven de partijpolitiek staat, behoort voorzichtigheid tot de belangrijkste kenmerken van zijn functie.
Maar voorzichtigheid is niet hetzelfde als passiviteit.
Het gezag van een constitutioneel ambt ligt niet in het uitoefenen van politieke macht, maar in het bewaken van de constitutionele grenzen waarbinnen alle staatsorganen moeten functioneren.
In een goed werkende rechtsstaat gebeurt dat meestal op de achtergrond. Juist daardoor ontstaat soms ten onrechte de indruk dat deze verantwoordelijkheid niet bestaat.
EEN EVENWICHT DAT ZORGVULDIG BEWAAKT MOET WORDEN
De kracht van ons constitutionele bestel berust op het evenwicht tussen onafhankelijke staatsorganen.
De Staten controleren de regering.
De regering bestuurt het land, samen met de Staten in hun gezamenlijke wetgevende taak.
De rechterlijke macht spreekt onafhankelijk recht.
De Gouverneur bewaakt de constitutionele continuïteit en vervult de taken die de Grondwet en het Statuut hem toevertrouwen.
Dat evenwicht vraagt terughoudendheid van alle staatsorganen.
De Gouverneur hoort zich niet te mengen in de autonome aangelegenheden van de Staten. Maar evenmin kan worden volgehouden dat hij geen verantwoordelijkheid draagt wanneer de fundamenten van de democratische rechtsstaat ernstig worden bedreigd.
Juist in dat onderscheid ligt de werkelijke betekenis van het ambt.
De Gouverneur is geen scheidsrechter in de dagelijkse politiek, maar evenmin een zwijgende toeschouwer wanneer de constitutionele orde zwaar op de proef wordt gesteld.
Zijn rol begint waar politieke meningsverschillen veranderen in constitutionele vraagstukken en eindigt zodra de normale democratische verhoudingen zijn hersteld.
Dat is geen onbeperkte bevoegdheid, maar wel een fundamentele constitutionele verantwoordelijkheid.
Juist daarom is het belangrijk dat zowel bestuurders als parlementariërs hun eigen constitutionele rol kennen voordat zij situaties creëren die constitutioneel niet juist zijn of het publiek een onjuist beeld geven.
Daarmee wordt alleen maar verwarring gezaaid en de samenleving verkeerd geïnformeerd.
Daar mogen we beter van verwachten.