ORANJESTAD – De regering van Aruba en de verhuurbedrijven Evikes en Friendly Green Bikes stonden vandaag tegenover elkaar in de rechtbank in een zaak die bepalend kan zijn voor de toekomstige regelgeving rond e-steps, e-bikes en e-scooters op Aruba. Aan het einde van de zitting deed de rechter nog geen definitieve uitspraak, maar wel een voorlopige beslissing. De rechter oordeelde dat de overheid handhavend mag optreden tegen de bedrijven, maar verzocht de regering tegelijkertijd om voorlopig nog geen dwangsommen op te leggen.
De zaak
Zoals bekend begon de zaak op 27 mei, toen minister van Justitie Arthur Dowers beide bedrijven afzonderlijk liet weten dat zij de voertuigen zonder de vereiste vergunning van Motorvoertuigen en Vaartuigen (MFV) verhuurden. Daarbij werd aangekondigd dat de overheid zou ingrijpen als de verhuur zonder vergunning zou doorgaan.
Last onder dwangsom
Op 29 juni legde de regering vervolgens een last onder dwangsom op. Dat betekent dat de overheid na een termijn van vijftien dagen een dwangsom van Afl. 500 per e-step, e-bike of e-scooter kan opleggen voor ieder voertuig dat zonder vergunning wordt verhuurd. Evikes en Friendly Green Bikes vroegen de rechter om de maatregel voor meer dan zes maanden te schorsen. Volgens de bedrijven zouden de dwangsommen hen in ernstige financiële problemen brengen, waardoor zij hun maandelijkse verplichtingen niet meer zouden kunnen nakomen. De regering voerde daartegen aan dat de bedrijven eerder zelf financiële gegevens hebben verstrekt over hun omzet en kosten. Volgens de overheid blijkt daaruit dat zij voldoende inkomsten hebben om hun maandelijkse lasten nog geruime tijd te kunnen betalen zolang de juridische procedure loopt. Tijdens de zitting gaf de rechter aan dat de bedrijven tot nu toe niet aannemelijk hebben gemaakt dat naleving van de maatregel daadwerkelijk tot ernstige financiële problemen zal leiden. Als vandaag direct uitspraak was gedaan, zou het verzoek om de maatregel te schorsen waarschijnlijk zijn afgewezen.
Meer tijd
De rechter besloot echter nog geen definitieve uitspraak te doen. De bedrijven krijgen veertien dagen extra om aanvullende financiële stukken in te dienen die hun standpunt moeten onderbouwen. Daarna krijgt de regering de gelegenheid daarop te reageren, waarna de rechter een einduitspraak zal doen. Tot die tijd kan de rechter de overheid juridisch niet verbieden de last onder dwangsom uit te voeren. Wel verzocht hij de regering om, op basis van een 'gentlemen's agreement', voorlopig geen dwangsommen op te leggen totdat de definitieve uitspraak is gedaan.